De manier waarop crypto in box 3 wordt belast, staat op het punt fundamenteel te veranderen. Met de nieuwe Wet werkelijk rendement box 3 wil de overheid af van fictieve aannames en overstappen op belasting over wat beleggers daadwerkelijk verdienen. Dat klinkt rechtvaardig, maar pakt in de praktijk anders uit voor volatiele beleggingen. Vooral bij crypto kan belasting verschuldigd zijn zonder dat er ook maar één munt is verkocht.
Vanaf 2028 telt niet alleen gerealiseerde winst mee, maar ook waardestijging op papier. Voor spaargeld blijft de impact beperkt, maar bij crypto komen volatiliteit, administratie en liquiditeit samen. Dat maakt box 3 voor veel crypto-beleggers complexer dan ooit.
Werkelijk rendement, ook als je niets verkoopt
De kern van de nieuwe box 3 is eenvoudig te formuleren: belasting wordt geheven over het werkelijke rendement. Dat bestaat niet alleen uit ontvangen inkomsten of gerealiseerde winst, maar ook uit ongerealiseerde waardestijging.
Wie aandelen, vastgoed of crypto bezit dat in waarde stijgt, kan belasting verschuldigd zijn zonder dat er iets is verkocht. De overheid ziet zo’n papieren winst als onderdeel van het rendement. Juridisch is dat volgens het kabinet verdedigbaar. Economisch voelt het voor veel beleggers anders.
Ontvang €50 gratis Bitcoin bij Finst
Finst is het snelst groeiende crypto platform van Nederland. Handel veilig en transparant met de laagste kosten van slechts 0,15%.
➤ Claim €50 gratis Bitcoin*Alleen voor nieuwe gebruikers – Actie geldt tijdelijk
Bij crypto wordt die spanning extra zichtbaar. Koersen kunnen in korte tijd hard oplopen, om daarna net zo snel weer te dalen. Onder het nieuwe stelsel telt die tijdelijke piek al mee voor de belasting, ook als de belegger geen euro heeft ontvangen.
Crypto als schoolvoorbeeld van volatiliteit
Tijdens de parlementaire behandeling wordt crypto expliciet genoemd als voorbeeld van een volatiele belegging. Dat is geen toeval. Juist bij crypto kan het rendement in één jaar ver boven de heffingsvrije grens uitkomen, terwijl het jaar erop verlies wordt geleden.
Het heffingsvrije rendement blijft bestaan, maar ligt relatief laag. Wie met crypto een goed jaar heeft, zit daar snel boven. De wet maakt daarbij geen onderscheid tussen een belegger die structureel winst maakt en iemand die toevallig een sterk jaar meepakt.
De consequentie is helder: crypto-beleggers lopen eerder tegen box 3-belasting aan dan spaarders, terwijl hun rendement grilliger is en minder voorspelbaar.
Start vandaag met handelen op Bitvavo
Bitvavo is het populairste crypto platform van Nederland. Koop eenvoudig Bitcoin, Ethereum en meer dan 200 andere munten. Laagste handelskosten en iDEAL-ondersteuning.
➤ Open gratis je Bitvavo accountWinst belasten, verlies beperkt terugkrijgen
Een gevoelig punt in het debat is de verliesverrekening. Die blijft beperkt. Verliezen kunnen niet onbeperkt worden verrekend met winsten uit andere jaren.
Voor crypto-beleggers betekent dit dat belasting kan worden geheven over een jaar met hoge papieren winst, terwijl latere verliezen dat niet volledig corrigeren. De wet erkent dit effect, maar accepteert het als onderdeel van het systeem.
Dat maakt de belastingdruk asymmetrisch. Winsten tellen volledig mee, verliezen slechts gedeeltelijk. Bij stabiele beleggingen valt dat minder op. Bij crypto, waar pieken en dalen elkaar snel afwisselen, kan het verschil groot worden.
Buy-and-hold is niet automatisch belastingvrij
Langetermijnbeleggers gaan er vaak vanuit dat belasting pas speelt bij verkoop. Dat uitgangspunt verdwijnt. Ook wie crypto jarenlang vasthoudt zonder te handelen, kan jaarlijks belastingplichtig worden als de waarde stijgt.
De wet maakt geen onderscheid tussen actief en passief bezit. Een hardware wallet in de kluis valt fiscaal onder dezelfde regels als een handelsaccount op een exchange. De gedachte dat “niet verkopen” gelijkstaat aan “geen belasting” houdt geen stand meer.
Dat is een breuk met hoe veel crypto-beleggers hun strategie hebben ingericht. Niet handelen betekent niet langer buiten schot blijven.
Trading wordt administratief zwaarder
Voor actieve traders verandert er nog meer. De nieuwe box 3 introduceert een administratie- en bewaarplicht van zeven jaar. Dat betekent dat beleggers hun transacties moeten kunnen onderbouwen.
Bij crypto is dat geen kleine opgave. Denk aan:
- tientallen of honderden trades per jaar
- verschillende exchanges
- wisselende handelsparen
- fees, swaps en interne transfers
De Belastingdienst beschikt niet automatisch over deze gegevens. De bewijslast ligt bij de belegger. Wie zijn administratie niet op orde heeft, loopt risico bij controle.
Voor traditionele beleggingen verloopt dat grotendeels automatisch via banken. Crypto vormt hier een duidelijke uitzondering.
Staking en DeFi vallen ook onder rendement
De wet maakt geen aparte categorie voor crypto staking of DeFi-opbrengsten. Alles wat als rendement wordt gezien, telt mee. Dat geldt voor:
- staking rewards
- yield uit lending
- opbrengsten uit liquidity pools
Deze inkomsten zijn vaak klein, maar frequent. Bovendien worden ze soms uitgekeerd in tokens die direct weer in waarde kunnen schommelen. Dat maakt de waardering complex.
De wet schrijft niet tot in detail voor hoe elke DeFi-handeling moet worden verwerkt. Dat laat ruimte voor interpretatie, maar vergroot ook de onzekerheid. Wat duidelijk is: wie actief is in DeFi ontkomt niet aan box 3.
Self-custody vraagt extra bewijs
Een bijzonder punt is self-custody. Wie crypto beheert via een eigen wallet, moet zelf aantonen:
- welke assets in bezit zijn
- op welke datum
- tegen welke waarde
Bij een crypto exchange kan de Belastingdienst in toenemende mate gegevens opvragen. Bij non-custodial wallets is dat niet mogelijk. De verantwoordelijkheid ligt volledig bij de gebruiker.
Dat maakt hardware wallets fiscaal niet onmogelijk, maar wel administratief zwaarder. Screenshots, transactie-hashes en koershistorie worden ineens relevant bewijs.
Liquiditeitsprobleem ligt op de loer
Een terugkerend bezwaar tegen de nieuwe box 3 is het liquiditeitsprobleem. Belasting kan verschuldigd zijn terwijl er geen geld beschikbaar is om die te betalen.
Bij crypto speelt dit sterker dan bij veel andere beleggingen. Een belegger kan op papier rijker zijn, maar bewust niet verkopen. Toch volgt een aanslag. In het uiterste geval dwingt dat tot verkoop, niet uit overtuiging maar uit fiscale noodzaak.
De wet erkent dit risico, maar ziet het als onvermijdelijk binnen het gekozen stelsel. Dat maakt de discussie principieel: wanneer is rendement echt “inkomen”?
Gedragseffecten zijn niet uitgesloten
In het parlement wordt openlijk gesproken over mogelijke gedragseffecten. Minder risico nemen. Minder lange adem. Sneller winst nemen om belasting te kunnen betalen.
Voor crypto kan dat betekenen:
- minder buy-and-hold
- meer korte termijn verkopen
- minder deelname aan complexe DeFi-strategieën
Of dat daadwerkelijk gebeurt, is nog onzeker. Maar de wet verandert wel de prikkels. Fiscale regels sturen gedrag, ook als dat niet de bedoeling is.
2028 lijkt ver weg, maar onzekerheid begint nu
De invoering staat gepland voor 2028, maar de discussie is nog niet afgerond. Er zijn moties ingediend om:
- alleen gerealiseerde winst te belasten
- het stelsel later te evalueren
- toe te werken naar een vermogenswinstbelasting
Het kabinet ziet de huidige wet zelf als een tussenstap. Dat betekent dat beleggers zich moeten voorbereiden op een systeem dat mogelijk weer verandert.
Voor crypto-bezitters is dat geen geruststellende gedachte. De regels worden strenger, terwijl de eindvorm nog niet vaststaat.
Een wet die wringt waar het schuurt
De nieuwe box 3 is bedoeld om eerlijker te zijn dan het oude systeem. Voor spaargeld lukt dat waarschijnlijk. Voor crypto ligt het ingewikkelder.
Volatiliteit, beperkte verliesverrekening, administratieplicht en belasting op papieren winst komen hier samen. Niet als bewuste straf voor crypto, maar als logisch gevolg van een systeem dat rendement centraal stelt.
Of dit in de praktijk werkbaar en rechtvaardig uitpakt, zal pas na invoering blijken. Tot die tijd blijft het voor crypto-beleggers vooral een kwestie van voorbereiden, bijhouden en afwachten.